Architectuur Hotspot Kunst

Museum Voorlinden: beleving van architectuur, kunst en omgeving

21 december 2023

ABSoluut magazine laat elke editie twee partijen in gesprek gaan over architectuur. In ABSoluut 27 trokken Anton Gonnissen, zaakvoerder van ABS Bouwteam en uitgever van dit magazine, samen met TJIP interieurarchitecten de grens over naar Nederland. In Wassenaar staat immers sinds 2016 Museum Voorlinden. Gelegen op Landgoed Voorlinden en grenzend aan de duinen herbergt het architecturale paviljoen de Caldic Collectie, de grootste particuliere kunstcollectie van Nederland. In die viering van architectuur, omgeving en kunst kunnen Thomas Meesschaert en Jakob Vyncke zich vinden. Hun idee van interieurbeleving, hun verbondenheid met de zee en hun vaardigheid om in hun realisaties te schitteren in afwezigheid, sluiten aan bij het hele zijn en opzet van het museum.

Wie Museum Voorlinden in de Zuid-Hollandse gemeente Wassenaar bezoekt, wordt al van bij het oprijden meegenomen in een immersive experience. In real life, welteverstaan, want aan een wandeling vanop de parking langs de uitgestrekte parktuin met monumentaal landhuis in Engelse stijl, vijverpartij, bloementuin en tot aan het museumpaviljoen komen geen digitale technieken te pas. En toch heb je het gevoel in een volstrekt parallel universum te zijn terechtgekomen. “Ook dat is kunst, en ook wij maken er deel van uit”, merkt Anton op. Met zijn drieën staan ze vanop een kleine afstand naar het gebouw te kijken, voeten in het zompige gras en met het generatieverschil op zak eerst mijmerend over de zegen van het ouder worden om dan naadloos over te gaan naar de reden van hun bezoek. “De architectuur van het museum vind ik niet per se mooi, maar wel boeiend”, leidt Thomas in. “Alles is in het werk gesteld om de kunst te dienen. De architectuur is er, maar dan ook weer niet.” Hij snijdt ermee meteen de kern aan van wat de volgende twee uur de hoofdtoon van het gesprek zal vormen. En terwijl we het klassieke landhuis met restaurant achter ons laten voor we het strakke museumpaviljoen binnenstappen, wijst Jakob erop dat ook in die dualiteit van klassieke en moderne architectuur harmonie schuilt.

Door grasland en duinen
De geschiedenis in dan, meer bepaald een aantal eeuwen terug, want de naam ‘Voorlinden’ duikt al op in 1584. Pas in de eerste helft van de negentiende eeuw krijgt de omgeving vorm, want dan wordt naar een ontwerp van tuinarchitect Johan David Zocher sr. een park in landschapsstijl aangelegd. Het patriciërshuis stamt uit 1912 en zowat een jaar later worden dankzij boomkweker en tuinarchitect Leonard Springer ook exotische bomen op Voorlinden aangeplant. Sommige van deze bijzondere exemplaren staan er nog steeds, zoals de moerascipres langs de toegangsweg en de trompetboom langs het landhuis. Een flinke eeuw later is het de beurt aan tuincoryfee Piet Oudolf om speciaal voor de opening van het museum een bloementuin te ontwerpen. In 2017 geeft hij de tuin opnieuw vorm met een duidelijke knipoog naar de klassieke tuinarchitectuur. Vandaag bestaat de tuin uit zo’n vijftig soorten vaste planten en siergrassen. Daarmee heeft Oudolf een tuin gecreëerd die het hele jaar door interessant is. Landgoed Voorlinden is vandaag veertig hectare groot en een wandeling van drie kwartier brengt je in verschillende landschappen: grasland, vijverpartijen, bossen en duinen. Fijn weetje: vanop de hoogste duin kan je op een heldere dag de Noordzee zien.

Heel erg passend valt het bezoek aan Museum Voorlinden samen met de start van de solotentoonstelling ‘Bilderstreit’, met monumentaal werk van kunstenaar Anselm Kiefer. Je kan er onder meer dwalen door grootse natuurlandschappen en installaties van stro, waardoor de inhoud van de expo nog meer dan anders aansluit bij de ingekaderde vergezichten die je vanuit het museum krijgt op de omgeving. “Je staat binnen, maar evengoed buiten”, bedenkt Jakob terwijl hij uit de sculptuur in cortenstaal van Richard Serra stapt en getrakteerd wordt op een immens zicht op de tuinen van Oudolf. Thomas: “Zelfs de tuinverlichting van het Italiaanse Viabizzuno is duidelijk gekozen om op te gaan in de omgeving. Net om die reden werken wij er ook graag mee.”

Geen museum zonder Joop
De man achter Museum Voorlinden is Joop van Caldenborgh. De Nederlandse oud-industrieel verzamelde de voorbije vijftig jaar de grootste particuliere collectie van moderne en hedendaagse kunst van Nederland; variërend van jong talent tot gevestigde namen en variërend in stijl, periodes en media. Diversiteit troef dus, die afwisselend wordt tentoongesteld in het museum en drie tot vier keer per jaar wordt aangevuld met wisselende tentoonstellingen. Enkele iconen uit de collectie hebben een permanente plek in het museum, waaronder een Skyspace van James Turrell en een Swimming Pool van Leandro Erlich. Meer zelfs, deze zogenoemde highlights werden speciaal voor Voorlinden ontworpen en in de architectuur geïntegreerd. De werken hebben een hoge belevingsfactor gemeen, wat het museum meteen de publieksfavoriet van kinderen en instagramaficionado’s maakt. De maandagochtend van ons bezoek staat bovendien een klassiek concert op het programma. Het auditorium is gevuld met liefhebbers en de klanken vullen het museum. “Ik mis enkel nog een sterrenchef in het paviljoen om de beleving van kunst compleet te maken”, vertelt Thomas. “Zoals in de Bourse de Commerce in Parijs bijvoorbeeld. Het maakt de verstrengeling van architectuur en kunst voor mij compleet.”

Geen kunst zonder licht
Dat het een verwennerij is om hier tentoon te stellen, wordt het trio verteld. En dat het museum dit allemaal te danken heeft aan het licht. Het doet de mannen prompt het hoofd omhoog richten naar het zwevende dak boven het gebouw. Dat is opgebouwd uit meer dan honderd schuin afgesneden aluminiumbuisjes die noorderlicht direct en zuiderlicht indirect reflecteren. Nog een weetje misschien? Eén iemand maakt er bij Voorlinden zijn levenswerk van om de buisjes met veel toewijding non-stop te reinigen. Komt hij aan de laatste, dan begint hij weer vooraan. En wanneer de overvloed aan daglicht ontbreekt, wordt het tekort opgevangen door ledverlichting die als uplights omhoog schijnt, zodat ook dit licht gereflecteerd de ruimte vult. Het is het soort van maniakale detaillering die het gezelschap ook elders in het museum opmerkt. In netjes weggewerkte technieken bijvoorbeeld. Zo werden de roosters in de vloer speciaal voor het museum ontworpen. Om eenheid en rust te bewaren, zijn ze uitzonderlijk over de lengte van de zaal geplaatst en dienen ze niet alleen om de luchtcirculatie te bevorderen, maar maken ze ook stopcontacten onzichtbaar.

Ook andere ‘storende’ elementen, zoals de obligate vluchtrouteaanduidingen zijn weggewerkt in de muren, zo wordt aan de driekoppige compagnie duidelijk gemakt. Voor Museum Voorlinden werd bijvoorbeeld ook het ‘noodaantje’ ontwikkeld, een innovatieve lichttechniek die ervoor zorgt dat veiligheidsmeldingen op gerichte plaatsen op de muur oplichten wanneer een noodgeval zich voordoet. De ogenschijnlijke eenvoud van het gebouw schuilt in zijn complexiteit, zoveel is duidelijk. En terwijl we door de hoge en heldere expositieruimtes schrijden, houdt Jakob halt in een doorgang. Terwijl hij zijn oor tegen drie minigaatjes in de muur houdt, hoort hij … de zee. Ook dat zijn fijne details.

Maar nog even terug naar het licht, want zonder is er geen beleving. Dat begrijpt ook het TJIP-duo dat dankzij zijn bijzondere band met de zee al een groot aantal projecten aan de Belgische kust realiseerde en ook daar dankbaar gebruikmaakt van het gedempte noorderlicht. Thomas: “Hoe het licht aan onze kust diffuus binnenvalt en in ons werk sinecuur wordt aangevuld door kunstlicht en zelfs kaarslicht; zo voel ik het hier ook. Het zorgt voor een overweldigende ingetogenheid.”

Museum Voorlinden blinkt uit in eenvoud, terwijl ik uit ervaring weet hoe razend moeilijk het is die fragiele eerlijke schoonheid in architectuur te bereiken.

– Anton Gonnissen

De afwezige architect
We zouden haast vergeten om het over de maker van Museum Voorlinden te hebben. Dirk Jan Postel van Kraaijvanger Architects kreeg het nochtans voor elkaar om een gebouw te ontwerpen dat niet zichzelf, maar de kunst centraal stelt. “Alles is aandacht, behalve de architectuur en zijn architect”, aldus Anton. “Dat gegeven ligt in lijn met het hele opzet van het museum, maar ik durf te suggereren dat het ook is voortgevloeid uit de nauwe samenwerking met de bouwheer, die hier heel duidelijk zijn visie heeft doorgeduwd.” Het ontwerp van Kraaijvanger toont een lang, geometrisch volume met een open structuur van zes wanden, parallel aan de duinrand. Die muren integreren alles wat nodig is om de zalen leeg te houden en sommige niet-dragende delen kunnen zelfs worden verplaatst in functie van de lopende expo. Met een interieur van de hand van de Italiaanse architect Andrea Milani waarin hout en staal worden gecombineerd en in de context van een museum een niet voor de hand liggende, maar wel bewuste keuze voor parketvloer kreeg het museum zijn huiselijke sfeer mee. Toegegeven, de state-of-the-art bibliotheek met kamerbreed tapijt doet hierin ook haar deel. De sleutel tot de ruimtebeleving ligt hier verder in de mathematische regelvoering, die een plankbreedte van 200 millimeter, een steenmaat in de hoogte van 400 millimeter en telkens een veelvoud voor elke andere voorkomende maat neemt.

Opmerkelijk: voor de bouw van de travertingevel werd steen uit de buurt van Siena gehaald. Het bouwteam trok zelfs met flesjes duinzand naar de Italiaanse steengroeves om het bijpassende kleur te vinden. Verder draagt een witstalen colonnade met ultraslanke gevelkolommen de bijzondere dakconstructie. Anton: “Zie hoe het gebouw er in het vroege ochtendlicht als een prachtig weeskind bij staat. Een beetje zoals het Paviljoen van Mies, blinkt het uit in eenvoud, terwijl ik uit ervaring weet hoe razend moeilijk het is die fragiele eerlijke schoonheid in architectuur te bereiken. “

En terwijl Anton, Jakob en Thomas met zicht op het auditorium afscheid nemen van Museum Voorlinden en daarbij wel een goedgevulde zaal met publiek en muzikanten zien maar niet horen, bereikt het begrip van de kracht van de beleving zijn hoogtepunt. Alsook het besef dat de ervaring anders is, mét of zonder al je zintuigen op scherp.

Fotograaf: Tim Van de Velde

Misschien vind je deze posts ook leuk