De wending in het jaar van Muller Van Severen

11 september 2020

“We staan weer aan een nieuw begin”

Het werd begin dit jaar aangekondigd: 2020 zou voor Muller Van Severen een topjaar worden. Tot de drukke agenda van het Belgische designkoppel totaal onverwacht werd ingeruild voor meer rust, meer vrijheid en meer focus op creatie. De collectie die Fien Muller en Hannes Van Severen voor het Deense designmerk Hay ontwerpen, kwam zelfs in een versnelling terecht. “Het is de eerste keer dat we voor een groot merk ontwerpen. Dat voelt als een overwinning en houdt ons alert.”

Maar eerst terug naar de start: die is opmerkelijk als je bedenkt dat jullie elk uit een andere artistieke discipline komen, eigenlijk nooit van plan waren om samen design te brengen en daar toch zo’n succes mee hebben bereikt. Hoe kijken jullie daarop terug?

Fien Muller: “Ik heb het altijd superboeiend en fascinerend gevonden omdat het zo spontaan is ontstaan, maar na tien jaar durf ik mezelf nog altijd geen internationaal designer te noemen.”
Hannes Van Severen: “Onze manier van werken is nooit veranderd – van tekening tot prototype in het atelier en altijd heel compositorisch –, maar omdat we met een ander medium werken, hebben we wel anders moeten leren nadenken, zoals over functie en de relatie van een object ten opzichte van de mens.”

Hannes Van Severen en Fien Muller

In 2011 heeft Valerie Traan alles in gang gezet en dit jaar stond Galerie Kreo in Parijs op de agenda. Er was al een samenwerking met Reform en eind dit jaar brengen jullie samen met Hay een designcollectie op de markt. Daarmee balanceren jullie op de grens tussen high-end en mainstream design. Hoe kijken jullie daartegenaan?

Van Severen: “Voor ons is het belangrijk dat we voor iedereen met dezelfde passie en motivatie aan iets werken. Het enige wat anders is, is de materiaalkeuze die voor de high-endmarkt exclusiever is.”
Muller: “We staan voor iedereen open, maar ons gevoel moet wel goed zitten. We willen samenwerken met mensen die even gepassioneerd zijn en gemotiveerd zijn om samen iets moois te maken.”

Hebben jullie tot hiertoe de weg bewandeld zoals jullie die in het begin voor ogen hadden? Of is alles erg organisch gegroeid en volgen jullie waar de opportuniteiten jullie brengen?

Muller: “Kreo Gallery is altijd een droom geweest. Aan een samenwerking met Hay en massaproductie hadden we zelf nooit gedacht, want we zijn niet opgeleid tot productdesigner. Maar doorheen de jaren zijn we objectmatig gaan denken, kwam de vraag en het gesprek met Hay op gang en dat bleek onmiddellijk een match te zijn.”

Hoeveel vrijheid verwachten jullie van jullie opdrachtgevers?

Muller: “Alles ontstaat in dialoog, dat was ook zo bij Hay. En deze coronaperiode heeft de gesprekken alleen maar versneld. Het gaat zo: wij zitten met een idee en zij doen ons nadenken. Als designbedrijf staan zij met de voeten in de markt en weten ze wat zal werken – tot in Japan. Zo stelde Hay voor om onze reeks tafels kleiner te maken omdat dat de toekomst van het wonen is. Ik vind die gesprekken superinteressant. Ze geven ons inspiratie en zuurstof. Anderzijds willen zij ook niet dat wij onszelf gaan verloochenen. Onze stempel moet er altijd zijn.”

Van Severen: “Wij zijn bijvoorbeeld ruwe werkers en houden van materialen die een zekere patine krijgen. In onze ogen worden zo’n objecten alleen maar mooier met de tijd. Als je dan samenwerkt met Kreo Gallery, is het even naar evenwicht zoeken, want voor hun cliënteel is het eerder taboe om geld uit te geven aan een designobject dat na een tijdje gebruikssporen vertoont.”

Tegenwoordig besteden jullie de praktische kant van het ontwerpproces, zoals de logistiek, uit en dat geeft minder stress. Anderzijds is de druk om te presteren wel verhoogd nu jullie internationaal bekend zijn. Missen jullie de begindagen nooit?

Muller: “Het ‘spontane’ in ons werk heb ik een paar jaar geleden wel gemist, maar nu staan we weer aan een nieuw begin. In het begin ontplofte onze carrière en neem je de stress erbij om dat succes vast te houden. Daarna is er een bepaalde rust ontstaan doordat we toch al iets bereikt hadden. Het gaf ons de vrijheid om weer meer tijd te nemen om te creëren. Nu komen er weer eerstekeerkansen op ons pad, zoals werken voor een groot merk. Dat voelt spannend, als een nieuwe overwinning, en houdt ons alert.”

Momenteel loopt jullie expo in Villa Cavrois in Croix. De architectuur van Robert Mallet-Stevens en jullie werk, dat bleek liefde op het eerste gezicht te zijn. Wat maakt dat er op die plek zo’n match is met jullie werk?

Van Severen: “We kenden het gebouw al, maar zijn er vooraf met onze camionette én ons werk toch nog eens naartoe gereden. Om te testen, want we hebben altijd opgekeken naar Villa Cavrois en we vreesden een beetje voor een ontgoocheling of een clash. Gelukkig bleef ons werk staan als een huis. Ik denk omdat wij misschien met dezelfde intensiteit naar materiaal en verhoudingen kijken als Mallet-Stevens. De tijd viel weg en het gebouw kwam net zo hedendaags over als ons werk. Er was een connectie.”

Jullie werk komt zowel in privéhuizen als in publieke ruimtes terecht. Waar gaat jullie voorkeur naar uit?

Van Severen: “Het grootste deel van ons werk past in beiden, maar ‘Strangled rack’ – onze waaierkast – hebben we bijvoorbeeld echt wel ontworpen voor een huiselijke omgeving. De spullen die de eigenaar in de kast zet, vertellen veel over die persoon en doen de kast telkens weer veranderen. De gebruiker maakt mee de kast, zeg maar. Een galerie is een witte doos. Daar komen vooral de proporties, kleuren, lijnen en vormen in ons werk naar voren. In een woning gaat het meer over het concept, het verhaal erachter. Doordat ons werk zowel in privécollecties als op publieke plaatsen te vinden is, is er wel eens verwarring over het hokje waarin we nu precies passen: dat van kunst of design. We zitten er een beetje tussenin en dat is OK.”

Hoe zien jullie na deze vreemde periode de toekomst voor designers, voor makers?

Muller: “De voorbije maanden hebben inzicht gebracht. Onze productie vond al in België plaats, op maximaal een uur rijden van huis, maar we willen nóg meer inzetten op minder auto en meer ambacht. We wilden vroeger al geen wegwerp maken, en dat willen we zeker in de toekomst niet. We hopen dat zich eindelijk een nieuwe koopmentaliteit verankert, want wat is er mooier dan een duurzaam meubelstuk te kopen dat generaties lang meegaat.”

Van Severen: “Sowieso zal het van de grote spelers afhangen. Daarom was het fijn om te horen dat ook Hay met deze veranderingen bezig is. Ook zij willen anders nadenken en meer lokaal werken.”

Zullen er nog beurzen zijn? Elke designer heeft uiteindelijk toch een platform nodig om zijn werk te showen. Ook voor jullie is Interieur Kortrijk 2010 heel bepalend geweest voor jullie succes.

Muller: “Niet heel de wereld hoeft naar één beurs te komen. Ik denk dat er minder gereisd zal worden, dat beurzen in een andere vorm zullen terugkeren en dat de verspreiding van creaties nog veel meer digitaal zal gebeuren.”

Nochtans zijn jullie geen grote fan van sociale media?

Muller: “Hannes blijft er liever van weg omdat hij de constante beeldenstorm verwarrend vindt. Hij verliest er zijn focus door. Met mijn achtergrond als fotografe vind ik het wel inspirerend. En ik vind het positief dat het de mogelijkheid biedt om zoveel te delen met elkaar.”

Tekst: Leslie Vanhecke
Foto’s: Alexander Popelier


Misschien vind je deze posts ook leuk