Architectuur Design Kunst

Vive Liège

21 februari 2017

Er beweegt wat in Luik. De voorbije tien jaar schudde de Waalse industriestad zijn duffe imago van zich af en groeide het bescheiden maar trefzeker uit tot een city met potentieel. Van quasi onvoorwaardelijke steun voor jonge creatievelingen tot de resolute keuze voor uitgekiende architectuur: Luik heeft ambitie.

—————-

Dat ze hier ten volle gebruik kan maken van de immense ruimte om grote installaties te creëren. En dat ze hoopt dat het zoals bij haar voorgangers een springplank is voor haar verdere artistieke carrière. Aan het woord is de jonge kunstenares Jade Tang. Ze komt uit Parijs en kreeg na een juryselectie als één van de twaalf artiesten per jaar Waalse overheidssteun die toelaat haar werk verder te exploreren. Die subsidie is een appartement met atelier voor drie maanden in het Luikse kunstenaarsdistrict RAVI, plus een som van 600 euro.

Tang onderzoekt de staat van materialen en de metamorfose ervan na bewerking of blootstelling. In haar jonge oeuvre spitste ze zich vooral toe op architectuur, maar tijdens haar verblijf in Luik vormt de omzetting naar hernieuwbare materialen haar werkveld. “Je moet het zien als een ervaringsperiode”, vertelt Chantal Olivier van het Secretariaat van Cultuur en Stedelijkheid. “Kunstenaars leren van elkaar, beïnvloeden elkaar en daar vloeit soms gezamenlijk werk uit voort. Alles komt samen in een groepstentoonstelling die op veel persaandacht kan rekenen.”

Jade heeft vanuit haar atelier zicht op de oude Haacht-brouwerij. Die werd opgeknapt en stelt nu ruimte ter beschikking die tegen een voordelig tarief te huur is voor artistieke creatie. Wat verderop ligt Espace 251 Nord. Ooit was het een directiegebouw van de mijn, vandaag een privéinstelling die eigentijdse kunst naar Luik brengt. Dat deze wijk aantrekkelijk is voor kunstenaars en galerieën, hoeft niet te verwonderen. De oude mijnmagazijnen lenen zich immers perfect tot atelier. En daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Niet alleen de kunstinitiatieven poppen ongelimiteerd op, ook nieuwe huisvestingen schieten als paddenstoelen uit de grond. Afgeleefde rijwoningen worden vervangen door nieuwe, moderne architectuur, vaak in de vorm van gezamenlijke projecten gedreven door verschillende eigenaren die willen investeren in een knappe community met veel zin voor duurzaamheid.

Die opwaardering van de stedelijke architectuur is al aan een tijdje aan de gang. Het paradepaardje is uiteraard het station Luik-Guillemins van Calatrava uit 2009. Ook de Opéra de Liège kreeg in samenwerking met A2RC architecten een geslaagde renovatie én een verticale, sculpturale annex en in Musée Grand Curtius koppelde het Luikse bureau Dethier Architecture de restauratie en verbouwing van beschermde panden aan hedendaagse architectuur. Volledig anders maar ook het vermelden waard is Cité Miroir, het modernistische zwembad van de Luikse architect Georges Dedoyard. Dat werd door Bureau Triangle in zijn blauwe glorie hersteld en doet vandaag dienst als museum voor volkscultuur en burgerschap. Ernaast ligt Cinéma Sauvenière, een statement van V+ architecten. Met een schil van wit beton, enkel onderbroken door grote glaspartijen, trekt het minimalistische bouwwerk het licht overvloedig naar binnen zonder aan de intimiteit van de cinemazaaltjes te raken. En in de zomer zorgt de charmante patio en openluchtcinema voor veel aandacht van het jonge volkje.

Als laatste wapenfeit heeft Luik de verbouwing en uitbreiding van Musée Boverie op zijn palmares. Na drie jaar van werken opende het museum voor schone kunsten in april van dit jaar opnieuw de deuren. Architect Rudy Ricciotti, verbonden aan het Luikse kantoor pHD, voegde een glazen vleugel toe aan de waterkant. Het werd een echte eyecatcher. Ook binnen getuigt het museum van een hedendaagse visie. Zo kan La Boverie tot in 2018 rekenen op de begeleiding van het Louvre voor de programmatie van drie tentoonstellingen met internationale uitstraling. Kevin Bona tekende dan weer voor de inrichting van het eetcafé, een mix van de Scandinavische stijl met urbanjunglevibes. Deze Luikenaar is een rijzende ster aan het interieurfirmament en stuwt de golf jong talent vooruit die tegenwoordig de Luikse hospitality- en retailscene overspoelt. “Als je af en toe eens door de stad wandelt, zie je  Luik veranderen. Er is nog veel werk, maar je merkt toch dat leuke pop-ups gestaag hun intrede doen, mooie boetieks de weg naar onze stad vinden en hippe wijnbarretjes de deuren openen. Daarvoor zoeken jonge ondernemers naar creatief talent, want authenticiteit is hier het hoogste goed. Alleen daarmee kunnen we ons onderscheiden. Ooit verhuis ik wel naar elders, maar nu voel ik me hier goed. De vraag naar mijn werk is groot en ik laat graag mijn spoor na in een stad in volle ontwikkeling.”

Op een steenworp van het museum ligt Yoko Uhoda, een galerie die de ervaring van vader George als jarenlange kunstliefhebber en -verzamelaar, combineert met de ambitie en het enthousiasme van dochter en galeriste Yoko. “Luik is goed voor ons. Hier kunnen we een hedendaags platform creëren voor zowel bekende internationale namen als jong talent. En er zijn hier mooie ruimtes beschikbaar. In Brussel zouden we ons dat als jonge galerie niet kunnen permitteren. Toch kunnen we van hieruit verbindingen maken met Brussel, maar evengoed met Maastricht.” De liefde voor kunst van vader en dochter neemt vele vormen aan. Naast fotografie of conceptuele kunst geeft de galerie ook graag een plek aan design. Zo stelde de Luikse designer Catherine Grassier in oktober haar handgemaakte, modulaire objectenlijn voor in de galerie. Met namen als Menu, Dark, Xala, Ligne Roset en Van den Weghe op zijn cv staat designer Quentin Decoster al een pak verder in zijn carrière. Ook hij heeft zijn atelier in Luik. “Er zijn niet zoveel designers in Luik, maar wie hier werkt, doet dat op een sympathieke en nederige manier. Dat is een enorme sterkte. Dat is hoe wij ons laten opmerken.”

Misschien vind je deze posts ook leuk

Geen reacties

Laat een reactie achter